Angst kennen we allemaal

Angst kennen we allemaal

Angst is de klacht die het meeste voorkomt in de geestelijke gezondheidszorg. Uit onderzoek blijkt dat ruim tien procent van de Nederlandse bevolking een angststoornis heeft. Iedereen is wel eens bang in een moeilijke situatie. Soms kan angst echter zo gaan overheersen dat je er dagelijks hinder van ondervindt. Bij Gea is dat het geval. Sterker nog, bij haar gaat deze aandoening gepaard met dwanghandelingen.

Ze vertelt dat het twintig jaar geleden begon met kleine dingetjes die ze erg vaak moest controleren uit angst dat er anders iets ergs zou gebeuren. In de loop van de jaren werd het steeds erger. Inmiddels werd ze afgekeurd als groepsleerkracht en werkte niet meer. Na haar scheiding woonde Gea alleen met haar kinderen. De angst dat er iets met hen zou gebeuren werd steeds groter. Het controleren werd zo hevig dat ze bijna niet meer naar bed ging. Dan hoefde ze niet alles na te lopen en wist ze dat de kinderen veilig waren. Zo had ze voor haar gevoel alles onder controle. Dat was een onhoudbare situatie. Met behulp van gedragstherapie probeerde ze hiermee om te gaan. Dat riep echter zoveel spanning op dat ze ervan ging hyperventileren. Ze besloot te stoppen met de therapie. “Op een gegeven moment ging het zo slecht met me dat ik gedwongen werd opgenomen bij GGZ Rivierduinen. Dat had een averechts effect op me. Omdat ik daar bijna niets meer had om te controleren, ging ik mezelf krassen, meer dan ik al deed. Ik had het gevoel daarmee nog iets zelf in de hand te hebben. Ook dit werd een dwanghandeling, uit angst dat er iets met mijn kinderen zou gebeuren als ik het niet zou doen!"

Stuk beter
Sinds een paar jaar gaat het een stuk beter met Gea. Ze volgde bij GGZ Rivierduinen een speciale therapie die voor haar heel geschikt was en in die tijd las ze een gedicht dat haar zeer aansprak. “Daarin staat dat je altijd een keus hebt en dat jij degene bent die bepaalt wat je ermee doet. Ik heb geleerd beter te accepteren dat mijn leven er anders uitziet dan ik hoopte toen ik nog groepsleerkracht was in het basisonderwijs. Ik heb nog steeds angsten en kijk nog steeds alles na, maar het gaat allemaal minder krampachtig. Ik weet dat ik deze aandoening heb en kan daar op dit moment redelijk mee omgaan.”

Inmiddels geeft Gea cursussen met een medewerker van GGZ Rivierduinen en vertelt ze haar verhaal tijdens voorlichtingsavonden voor mensen die te maken hebben met iemand die een angststoornis heeft. “Ik leg het uit met een glazen stolp met daarin een poppetje. Als je naar het poppetje kijkt, belemmert het glas je niet. Aan de buitenkant ziet niemand iets bijzonders aan je. Maar het glas belemmert het poppetje wel. Je kookt niet meer, omdat je dan geen gas hoeft aan te doen.  Je doet zo min mogelijk boodschappen omdat je dan niet bang hoeft te zijn dat er iets gebeurt met het huis. Bij mij ging het pas echt beter toen ik een diagnose kreeg. Het gaf me een gevoel van herkenning. Dat ik me niet aanstelde en dat er misschien iets aan te doen zou kunnen zijn. Nu kan ik dat ook aan andere mensen vertellen. Zo doe ik weer mee in de samenleving en heb ik een nieuw plekje voor mezelf veroverd.” 

 

 

Print