Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
31 december 2019

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Met ingang van 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte ggz (Wvggz) in werking. Deze wet vervangt de huidige wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) en regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de GGz. Een belangrijke verandering is dat verplichte zorg straks ook buiten een GGZ-instelling kan plaats vinden.

Verplichte zorg
Soms leidt een psychische aandoening ertoe dat iemand een ernstig nadeel vormt voor zichzelf of de anderen om hem heen. Ernstig nadeel kan zijn dat de persoon zelf in gevaar is, maar ook dat de omgeving in gevaar is. In deze situatie is goede zorg van groot belang om deze persoon, maar ook zijn omgeving te beschermen. De meeste mensen willen zelf behandeling, maar soms verzet iemand zich hiertegen.

Een rechter of burgemeester kan ervoor kiezen om deze zorg dan toch verplicht op te leggen. Dit kan alleen gebeuren als de veiligheid van de persoon en/of de omgeving in gevaar komt. Verplichte zorg wordt pas ingezet als het écht niet anders kan.

De overheid heeft regels gemaakt voor verplichte zorg. Deze staan beschreven in de Wet verplichte ggz (Wvggz).

Opleggen van verplichte zorg
Er zijn twee manieren waarop deze verplichte zorg kan worden opgelegd:

Hoe werkt de nieuwe wet?
De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg werkt als volgt:

  • De gemeente of een instelling zoals GGZ Rivierduinen kan het Openbaar Ministerie vragen om een zorgmachtiging voor te bereiden. Een zorgmachtiging houdt in dat verplichte zorg kan worden toegepast.
  • De Officier van Justitie bereidt de zorgmachtiging voor.
  • De rechter besluit of de zorgmachtiging wordt verleend.
  • In crisissituaties kan de burgemeester voor een korte periode verplichte zorg toestaan.
  • In alle situaties wordt eerst onafhankelijk advies gevraagd aan een psychiater.

In dit filmpje wordt ook meer uitleg gegeven over de Wvggz. Je leest meer informatie over de Wvggz op de website van het Ministerie van VWS.

Print