GGZ Rivierduinen biedt nieuwe intensieve traumabehandeling voor mensen met PTSS
-
Nieuws
GGZ Rivierduinen biedt cliënten met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) sinds kort een nieuwe behandeling: de Poliklinische Intensieve Traumabehandeling (PIT). In de PIT werkt een hecht team van bevlogen psychologen gedurende twee weken samen met cliënten aan de verwerking van zes van tevoren geselecteerde trauma’s. Afgelopen voorjaar is het behandelprogramma uitgebreid beproefd in een pilot. 32 cliënten deden hier aan mee en de resultaten waren zeer positief. Zo was zeventig procent van de cliënten na de behandeling zijn diagnose PTSS kwijt. Psychotherapeut Mieke Plasier en GZ-psycholoog i.o. tot Specialist Lilian Geurtsen, beiden betrokken bij de PIT, vertellen graag over deze bijzondere aanpak.

Mieke: ‘Een aantal jaren geleden heb ik het initiatief genomen om binnen Rivierduinen een eigen poliklinische intensieve traumabehandeling voor cliënten met PTSS op te zetten. Dit past bij ons als specialistische ggz en zo hoeven we cliënten voor deze behandeling niet langer naar andere organisaties door te verwijzen. Cliënten met PTSS hebben vaak veel nare dingen meegemaakt waar ze nu nog klachten van hebben. Denk aan herbelevingen, nachtmerries of vermijdingen. Zijn er veel trauma’s die behandeld moeten worden, dan kan dat een reden zijn de cliënt voor de PIT aan te melden.’
Snel meters maken
Lilian: ‘In de PIT worden cliënten intensief behandeld: in twee weken tijd komen ze op de maandag, woensdag en vrijdag naar ons toe. Per dag behandelen we één trauma, in totaal zes trauma’s dus. In vergelijking: bij een reguliere behandeling wordt elke week hooguit één trauma behandeld. Doordat de sessies bij de PIT zo kort op elkaar zijn is er weinig ruimte om tussentijdse klachten te ontwikkelen. Hierdoor maken we sneller meters en zijn cliënten eerder van hun klachten af.’
Mieke: ‘Deze manier van intensief behandelen is niet nieuw. Wat wel nieuw is, is hoe we het bij Rivierduinen georganiseerd hebben. Bij ons krijgen cliënten ‘s ochtends imaginaire exposure en ‘s middags EMDR, twee bewezen behandelmethoden voor PTSS. Bij de exposuretherapie moeten cliënten heel gedetailleerd over een trauma vertellen in het ‘hier en nu’ en in de ik-persoon. ‘Ik ben 8 jaar, zit achter in de auto, kijk naar buiten, het is bewolkt, ineens hoor ik gierende banden en dan. We laten de cliënt in zijn verbeelding de ervaring doorleven om te ervaren dat je bij een traumatische herinnering niet direct flauwvalt of een paniekaanval krijgt, iets waar men vaak bang voor is.’
’s Middags gaan we met EMDR-therapie op diezelfde ervaring door om de opgebouwde spanning op bepaalde beelden te verminderen. Tussen de behandelingen in gaan de mensen samen met een psycholoog buiten wandelen en op de vrijdag krijgen ze in dat uur psychomotorische therapie. Door lichaamsgerichte oefeningen wordt er gewerkt aan thema’s als spanningsregulatie en grenzen. Om tot rust te komen zetten we aan het eind van de dag de VR-bril in, de V-relax, met filmpjes van de natuur en ontspanningsoefeningen. We sluiten af met een individueel gesprek om te horen hoe de dag gegaan is, hoe de cliënt naar huis gaat en of er nog dingen nodig zijn voor de avond.’
Unieke combinatie
Lilian: ‘Onze PIT is effectief door de unieke combinatie van therapie, bewegen en het vele 1-op-1 contact. Voorwaarde hierbij is wel dat de cliënt zich in die twee weken volledig kan focussen op de behandeling. Dus dat hij twee weken vrij heeft genomen en bijvoorbeeld geregeld heeft dat naasten de kinderen naar de sportclub brengen. Ook moet de cliënt zich vooraf goed inlezen in PTSS en de behandelvormen om te begrijpen wat hij kan verwachten van de behandeling.’
Mieke: ‘We voeren twee intakegesprekken om de klachten scherp te krijgen en een traumaplanning te maken. Welke gebeurtenissen zijn relevant voor de klachten in het hier en nu en welk trauma behandelen we op welke dag? Een belangrijk onderdeel van PTSS is dat cliënten dingen vermijden die hen aan een bepaald trauma doen denken. Zo kan iemand die seksueel geweld heeft meegemaakt alle mannen eng vinden waardoor zij in het ov niet naast een man durft te zitten. Lilian: “Het is de bedoeling dat cliënten na de PIT deze lastige situaties in het dagelijks leven aangaan. We bereiden hen hier uiteraard op voor. In twee follow-up sessies – de laatste is acht weken na de PIT – meten we dan welk effect dit heeft gehad op hun klachten. Bij zowel de voorbereiding als de follow-up sessies betrekken we ook de naasten van de cliënten.’
Close team
Mieke: ‘De meeste behandelaren van de pilot gaan ook meedraaien in de PIT. Ze zijn heel enthousiast over deze nieuwe intensieve traumabehandeling. Werken als close team met collega’s die affiniteit en ervaring hebben met trauma’s geeft energie. Van basispsycholoog tot GZ-psycholoog en klinisch psycholoog: we voeden en inspireren elkaar en blijven leren. Daarnaast biedt het werken volgens vaste behandelplannen en protocollen houvast.’
Lilian: ‘Als behandelaar werk je één dag per week bij de PIT en je weet precies wat je die dag gaat doen. Alles is al ingepland en je kunt je echt even helemaal richten op de traumabehandeling, een soort verdieping. Ons streven is om vier cliënten per dag te behandelen. We zitten nu op drie. Binnen Rivierduinen zijn we nog op zoek naar vier extra behandelaren. Het zou mooi zijn als zij expertise meebrengen die we nog niet in het team hebben. Bijvoorbeeld kennis van eetstoornissen of mensen met een beperking. De PIT wordt ook onderdeel van een wetenschappelijk onderzoek in het kader van de opleiding tot klinisch psycholoog. Er wordt bekeken of een effectieve behandeling van psychotrauma ook effect heeft op samenhangende problematiek, in dit geval op seksueel functioneren. Hiermee dragen we bij aan kennisontwikkeling over deze vaak complexe doelgroep, zodat we in de toekomst nog gerichter en effectiever kunnen behandelen.’