Onderzoek over het verbeteren van de behandeling van suïcidaliteit
22 oktober 2018

Onderzoek over het verbeteren van de behandeling van suïcidaliteit

Tijdens de wetenschapsmiddag op 15 november is onze collega Hans van der Weijden aanwezig om meer te vertellen over het onderzoek betreft het verbeteren van de behandeling van suïcidaliteit.

Wie ben je en wat is jouw rol binnen GGZ Rivierduinen?
Hans van der Weijden, is sinds 2015 Verpleegkundig specialist bij GGZ Rivierduinen. Daarvoor was hij lang werkzaam als sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV’er). “Ik ben werkzaam bij de crisisdienst in de regio Leiden/Duin en Bollenstreek. Hierin zie ik zowel binnen als buiten kantooruren acuut ontregelde cliënten. Daarnaast coördineer ik samen met andere collega’s de werkzaamheden rond het Intensive Home Treatment (IHT) team en de crisisdienst Leiden/Duin en Bollenstreek.

Namens Rivierduinen ben ik convenantpartner in het veiligheidshuis en neem ik plaats in verschillende werkgroepen rond zorgvernieuwingsprojecten binnen en buiten GGZ Rivierduinen.”

Je bent aanwezig tijdens de Wetenschapsmiddag op 15 november. Kun je wat meer vertellen over jouw onderzoek en ook al resultaten delen?
“Tijdens de wetenschapsmiddag ben ik aanwezig met een posterpresentatie over een onderzoek wat ik samen met anderen doe over het verbeteren van de behandeling van suïcidaliteit. 

De hypothese is dat we door het beter ondersteunen van naasten van suïcidale patiënten, niet alleen de zwaarte of last voor naasten kunnen verminderen maar dat dit op langere termijn ook een gunstig effect heeft op de suïcidale cliënten zelf. 

Door de steeds verdergaande ambulantisering van psychiatrische behandelingen worden suïcidale patiënten minder vaak opgenomen, met als gevolg dat partners, ouders of vrienden vaker en onder soms risicovolle omstandigheden thuis zorg en veiligheid moeten bieden. Er is voldoende bewijs dat dit voor naasten erg zwaar is en dat ze hierdoor ook zelf klachten kunnen ontwikkelen. 

Uitkomsten fase 1
In de eerste fase van dit onderzoek heb ik door het doen van interviews gekeken naar de behoeften van zowel cliënten als hun naasten waar het gaat over het thuis herstellen na een suïcidale crisis. Naasten geven aan dat men zich buitengesloten voelt door de GGZ waar het de contacten betreft die de patiënt heeft met zijn of haar behandelaar. 

Daarnaast willen familie en vrienden die direct bij de ondersteuning en veiligheidsborging betrokken zijn, beter begrijpen wat er in algemene zin speelt rond een suïcidale crisis. Ook wil men praktische informatie over hoe de veiligheid thuis bevorderd kan worden, maar ook hoe je moet praten met iemand die suïcidaal is. 
Verder zeggen met name partners dat er tijdens een suïcidale crisis sprake is van een rolverschuiving, waarbij de gelijkwaardigheid in de relatie onder druk staat. Daar blijft het echter niet bij want ook na het herstel is het evenwicht in de relatie moeilijk terug te vinden.

Men geeft aan dat hiervoor in de behandeling aandacht moet zijn maar dat ze die niet gekregen hebben. Jongeren geven aan dat ze ‘gek worden’ van de veiligheidscontrole die ouders blijven uitvoeren tijdens, maar ook na het herstel uit een suïcidale episode. Daarnaast werd in de eerste fase ook duidelijk dat naasten worstelen met het stigma wat op suïcidaliteit rust, in de regel leidt dat tot een min of meer zelfgekozen isolement samen met de patiënt. Op basis van de bevindingen in de 1e fase heb ik met hulp van medeonderzoekers en met advies van te zake kundige experts een psycho-educatieve cursus voor naasten ontwikkeld welke nu in een pilot wordt onderzocht. 

Fase 2 van start
Momenteel loopt de 2e fase. Hierin krijgen naasten van acuut suïcidale cliënten een eenmalige training van 2 uur in groepsverband aangeboden. Door middel van vragenlijsten en focusgroepen wordt de training geëvalueerd en zo nodig aangepast. De pilot is in september 2018 gestart. Uiterlijk begin 2019 staan de focusgroepen gepland en daarna kunnen de eerste conclusies over de bruikbaarheid van deze interventie worden besproken. 

Hoe verhoudt jouw onderzoek zich tot de praktijk?
De reden voor het starten met dit onderzoek was dat ik in 2013 bij de start met Intensive Home Treatment (IHT) binnen GGZ Rivierduinen regelmatig geconfronteerd werd met vragen van met name ouders van suïcidale jongeren hoe ze moesten omgaan met het suïcidale gedrag van hun kind. 
Als verpleegkundig specialist leer je om uit te gaan van Evidence Based Practice (EPB) . Echter toen ik de literatuur rond dit thema indook was de informatie fragmentarisch, niet eenduidig en vaak lastig te vinden.

Wel vond ik een langlopend onderzoek in Taiwan waar al ruim 10 jaar ervaring wordt opgedaan met het trainen van naasten hoe ze kunnen omgaan met hun suïcidale familielid of vriend. Eén van de belangrijkste uitkomsten tot nu toe in Taiwan is dat naasten zich door de cursus meer competent gaan voelen en dat daarmee de kwaliteit van hun leven verbeterd. 

De crisisdienst in Leiden beoordeeld per dag gemiddeld 8 cliënten waarvan ongeveer de helft in verband kan worden gebracht met suïcidaliteit. Uitgaande dat van 1 tot 4 mensen in de omgeving betrokken is bij een suïcidale cliënt zouden we naasten een aantal praktische handvaten kunnen aanbieden. En ook kunnen we voorlichting geven over hoe om te gaan met zaken als het stigma rond suïcidaliteit en de valkuil van het alleen oplossen. 

Hoe ervaar je het om bij Rivierduinen te werken/onderzoek te doen?
Het goede van GGZ Rivierduinen is dat in veel gevallen de mensen die zich willen ontwikkelen (en ook onderzoek willen doen) daarvoor kansen krijgen. Ook heb ik gemerkt dat rond dit onderzoek zowel het management als directie open staan voor initiatieven en daar zelfs ook actief ondersteuning aan geven als dat nodig is.”

Print