Als kinderarts kijk ik naar het lichamelijk functioneren van jongeren met een eetstoornis
-
Verhalen
‘In de basis is mijn boodschap naar mijn jonge cliënten: je lichaam heeft meer energie nodig. En daar richten we ons in de eerste – intensieve – behandelfase ook op. Je kunt namelijk beter met het brein aan de slag als er een iets gezondere lichamelijke toestand is. Een brein met energietekort kan minder goed over dingen nadenken en praten.’

‘Als kinderarts bij Eetstoornissen Ursula polikliniek Jong zie ik vooral tieners met anorexia – met hun ouders – in mijn spreekkamer. Ik doe lichamelijk onderzoek en breng in kaart welk effect hun psychiatrische aandoening heeft op hun lichamelijke conditie en functioneren. Hierbij geef ik ook een stuk duiding over symptomen die vaak ontstaan bij deze ziekte, zoals kouwelijkheid, haaruitval, het stoppen van de menstruatie of obstipatie. Door ondergewicht en het gebrek aan energie gaat het lichaam in de spaarstand waardoor allerlei processen die normaal vanzelf lopen worden vertraagd. Dit kan doorwerken in de groei en ontwikkeling. Zo kan puberteitsontwikkeling en botopbouw achterblijven en bestaat de kans dat de cliënt zijn of haar oorspronkelijke eindlengte niet bereikt. Vanuit mijn ervaring kan ik ouders en kinderen gelukkig ook vaak geruststellen en hoop geven. Veel zaken herstellen op het moment dat het lichaam van het kind herstelt.’
‘Bij Ursula werken we multidisciplinair en ik vind dat iedere dag weer een feestje. Door – ieder vanuit zijn discipline – naar de problematiek van de cliënt te kijken, maken we samen het beeld nóg helderder. Welke zaken zijn cruciaal en vragen direct aandacht en welke zaken kunnen later volgen. Hierbij gaan de behandelaren over de mentale kant en ik over de medische situatie.’
‘Soms schrijf ik medicatie voor zodat de jongere zich lichamelijk wat lekkerder voelt. Voor darmen die niet lekker doorlopen. Of vitamines, ijzer of zouten als daar een tekort aan is, bijvoorbeeld door braken. Ouders merken vaak direct het effect van een gezonder lichaam van hun kind. ‘Hé, ik zie weer wat van m’n oude kind terug,’ hoor ik dan. Vaak is dit een hoopgevend het signaal voor het gezin.’
‘Bij de start van de behandeling zie ik jongeren en hun ouders soms wel 2 à 3 keer per week. Samen bouw je zo een band op, waarbij mijn rol gaandeweg verandert naar die van klankbord en vraagbaak. Het geeft mij veel energie om een gezin te zien groeien dat helemaal klem zat in machteloosheid en paniek. En een kind dat echt weer gezond gedrag laat zien.’
‘Als kinderarts heb ik zowel in een algemeen als academisch ziekenhuis gewerkt. In het Wilhelmina Kinderziekenhuis kreeg ik de kans mij te specialiseren in sociale pediatrie: ik vind de invloed van een ziekte of aandoening op de sociale ontwikkeling van een kind zeker zo interessant als de ziekte zelf. In 2024 ben ik als kinderarts bij Eetstoornissen Ursula Jong begonnen en wat ik hier zo leuk vind is dat we heel erg open staan voor elkaars expertise. We kijken steeds positief en constructief hoe en waar we nog kunnen verbeteren. Uitdagingen gaan we daarbij niet uit de weg.’
Saskia Wolt-Plompen, Kinderarts
Polikliniek Jong Eetstoornissen Ursula in Leiden.